Select Page

 

 

Voordat ik de diagnose kreeg was het kankerballetje binnen ons gezin al lang en breed gaan rollen.

De middag dat ik op mijn werk stond en Nic aan de andere kant van de lijn vertelde dat het foute boel was. Twee dagen later de operatie om zijn tumor te verwijderen. In drie dagen tijd gebeurde er zo veel dat je hoofd niet eens de tijd had om ergens bij stil te staan. Hop, alsof je zonder parachute uit een vliegtuig gegooid werd. Alle informatie suisde om je oren. Driftig zoekend naar dat koordje om terug te gaan naar dat gevoel van rust. Alleen onze parachute was gesabotteerd, draadjes waren doorgeknipt. Een kolkende vlucht naar beneden, nog geen idee waar je terecht ging komen.

 In de eerste week na zijn operatie voelde ik het, een verharding recht onder mijn tepel. Meteen onzekerheid, ik probeerde het nog een beetje los te laten, maar je hoofd is eigenlijk al een paar stappen verder. Nog een keer voelen, en nog een keer. Ik kan het vastpakken, ik kan het bewegen. Een echte grote knikker. Het zal toch niet..

Nic was herstellende. Stapje voor stapje. Hoe kan het ook anders. Binnen 48 uur hoor je dat je kanker hebt, moet je keuzes maken, word je geopereerd en weet je eigenlijk nog niet wat er komen gaat. Die week heb ik mijn knikker nog even onbesproken gelaten. Een afspraak gemaakt bij de huisarts en de avond ervoor in bed verteld. Ik voel wat, voel jij het ook? Natuurlijk voelde hij het ook. Niet te missen, geen twijfel mogelijk. Het hoofd draaide overuren.

 Twee dagen daarna mochten mijn borsten tussen de tettenplet. Een heerlijk oncomfortabel apparaat waar je je maar een beetje als een lappenpop tussen laat proppen. Moeder natuur heeft mij niet voorzien van een paar grote exemplaren. En we weten allemaal wat zwangerschap en borstvoeding met ze doet . Al met al best een uitdaging. Ik probeer de gezichten van de verpleegkundigen te lezen. Niets.. We hebben beeld mevrouw, u mag u aankleden en door naar deur nummer 2. Ik stap met ontbloot bovenlijf binnen. Gedimd licht, fijne schilderijtjes aan de muur en 3 witte jassen die mijn hand schudden. De warme echogel voelt aangenaam. Dokter 1 schuift het apparaat van links naar rechts over mijn borst, eerste grote streken daarna steeds kleiner. Er wordt wat geklikt op knoppen en dokter 2 wordt opgetrommeld. Samen turen ze naar een zwart wit scherm waar ik geen touw aan vast kan knopen. Dan volgt er drukte in de kamer. De verpleegkundigen schieten in protocol, de arts kijkt me aan en doet haar verhaal. We zien afwijkend weefsel maar kunnen niet goed zien wat het is.

 Er volgt een biopt, een holle naald met een happertje. Drie keer, drie keer een naald je tiet in. Ik ben echt geen aansteller maar dit gevroet in mijn lijf gaat me al snel tegenstaan. Tot drie keer toe verdwijnt die naald de tumor in. Om het daarna nog even dunnetjes over te doen onder mijn oksel. En dan komen de eerste tranen. Ik vertel de witte jassen mijn verhaal. Met open mond kijken ze me aan. Alle spanning van de afgelopen weken snotter ik weg in dat kleine kamertje.

 De opgetrommelde laborante checkt ter plaatse onder de microscoop of het weefsel bruikbaar is. Wanneer ik me aankleed maak ik een foto. Twee grote pleisters sieren mijn bovenlijf. Gemiste appjes van Nic. Ik stuur hem de foto en in steno hoe het er voor staat. Ik moet door naar deur nummer 3, de mammapoli. Er volgt een gesprek met een schat van een oncologisch verpleegkundige. Een vragenvuur, een lichamelijk onderzoek en een doos tissues. Ook zij staart me met grote ogen aan wanneer ik mijn verhaal doe. Vanaf dat moment zijn we een special case. Alles wordt in werking gezet om ons hier zo goed en kwaad als het kan in te ondersteunen. Het voelt goed. Even over vijf gaat de telefoon. Omdat je bij slecht nieuws gesprekken nu eenmaal met de deur in huis moet vallen heeft het niet veel tijd nodig. Aan de stem aan de andere kant hoor ik dat ze moeite heeft om me op te hangen. En ik neem het haar ook niet kwalijk. Die avond zitten we als Jut en Jul samen op de bank. Lacherig, schouderophalend . Hebben wij weer.We huilen niet. We voelen ons sterk. Deze klus gaan we klaren. Schouders eronder en vechten. Zijn ze nou helemaal gek geworden!